Komt de oorlog uit het oosten of uit het westen?

Blog Patrick Dannenburg – Januari 2026

Als beginnende 50-er komt bij mij de gedachte “waar gaat het heen met de wereld” vaker langs. Daaraan merk je toch dat je ouder wordt. Hoewel in alle generaties een dergelijke gedachte niet vreemd is – onze ouders dachten dat ook al op gezette tijden – is het in het huidige tijdsgewricht en met de spanningen vanuit oost en west toch relevant.

De vraag of de oorlogsdreiging uit het oosten of uit het westen komt, klinkt op het eerste gezicht geografisch en militair. Tegelijkertijd is voor de verzekeringssector niet de richting van het conflict doorslaggevend, maar de manier waarop conflict zich ontwikkelt en hoe dit de fundamenten van de verzekerbaarheid beïnvloedt. De verzekeringssector drijft op risico’s die afgebakend zijn in omvang en tijd alsook statistisch benaderbaar zijn. Oorlog, in zijn klassieke vorm, paste daar ooit nog enigszins in, doordat het een risico met een uitzonderlijk kleine kans was. In zijn moderne vorm is dat steeds minder.

Voor verzekeraars is de vraag denk ik voornamelijk strategisch van aard: waar ontstaan systeemrisico’s, hoe manifesteren onzekerheden zich en welke aannames in modellen zijn nog houdbaar? In die zin gaat de vraag minder over windrichtingen en meer over aard, schaal en voorspelbaarheid van conflicten. Vanuit onze rol als risicoadviseur en analytisch partner voor verzekeraars zien we – in navolging van ons eerdere artikel over verzekeren in oorlogstijd – dat het traditionele onderscheid tussen oost en west het denken eerder verengt dan verheldert. Het leidt af van de kernvraag: in hoeverre zijn de huidige verzekeringsproducten, herverzekeringsstructuren en kapitaalmodellen nog geschikt voor een wereld waarin conflict niet langer incidenteel is, maar structureel aanwezig.

 

De kernvraag: in hoeverre zijn de huidige verzekeringsproducten, herverzekeringsstructuren en kapitaalmodellen nog geschikt voor een wereld waarin conflict niet langer incidenteel is, maar structureel aanwezig?

Het oosten: zichtbare dreiging en klassieke risico’s

Wanneer men over “het oosten” spreekt, doelt men doorgaans op statenconflicten aan de randen van Europa: Rusland, Oekraïne, het Midden-Oosten en delen van Azië. Deze conflicten kenmerken zich door klassieke militaire escalatie: territorium, troepen, wapensystemen en sancties. Voor verzekeraars zijn dit relatief herkenbare risico’s. Oorlogsschade, transportonderbrekingen, energieprijsvolatiliteit en sanctieregimes zijn al decennia onderdeel van polisvoorwaarden en herverzekeringsstructuren. Hoewel de impact groot kan zijn, is de vorm bekend. Er zijn clausules, uitsluitingen en er is historisch referentiemateriaal.

Tegelijkertijd schuilt hier een paradox: juist omdat deze dreiging zichtbaar en benoembaar is, bestaat het gevaar van schijnzekerheid. Men verzekert wat men herkent, maar onderschat de duur en de indirecte effecten: langdurige inflatie, verstoringen in toeleveringsketens en (politieke) radicalisering binnen eigen grenzen. Het oosten levert dus geen verrassende oorlogsvorm op, maar wel langere schaduwen met schadelast die niet is meeverzekerd. De praktijk laat zien dat veronderstellingen steeds minder houdbaar zijn. Conflicten duren langer, escaleren grilliger en hebben bredere economische effecten dan de modellen veronderstellen. Voor verzekeraars betekent dit dat risico’s die ooit als tijdelijk werden gezien, zich ontwikkelen tot permanente druk op de portefeuille. (Her)verzekeraars reageren hierop door hun blootstelling te beperken. Premies stijgen, dekkingen worden versoberd en geografische uitsluitingen uitgebreid.

Dit is een belangrijk signaal. Niet omdat oorlog in het oosten onverwacht is, maar omdat de duur en indirecte impact ervan structureel worden onderschat. Inflatie, volatiliteit op energiemarkten, verstoring van handelsstromen en politieke instabiliteit werken door in schadeclaims, kredietverliezen en beleggingsportefeuilles. Deze effecten kunnen grote druk uitoefenen op de solvabiliteit.

Het westen: onzichtbare conflicten en diffuse schade

 

Het westen daarentegen – Europa zelf, Noord-Amerika – wordt zelden gezien als bron van oorlog, maar eerder als bastion van stabiliteit. Juist hier ligt voor verzekeraars een groter probleem. Conflicten in het westen manifesteren zich niet als tanks en frontlinies, maar meer als structurele ontwrichting. Cyberaanvallen, economische dwang, juridische strijd, desinformatie en maatschappelijke polarisatie vormen een permanente conflictlaag onder de oppervlakte. Dit is geen oorlog die wordt verklaard, maar een die wordt geleefd. En precies daar worstelen verzekeraars.

Wat is oorlog wanneer een haven stilvalt door een digitale aanval? Wanneer een bedrijf failliet gaat door geopolitieke exportbeperkingen? Wanneer sociale onrust leidt tot grootschalige claims, maar zonder formele staat van oorlog? Traditionele uitsluitingen schieten hier tekort. De schade is reëel, maar de oorzaak diffuus. Verzekeringen zijn gebaseerd op kans en spreiding. Hybride conflicten zijn echter niet goed te modelleren, omdat zij niet voldoen aan de aannames van onafhankelijkheid en beperkte correlatie. Eén aanval kan meerdere sectoren, landen en verzekeringsbranches tegelijk raken. Dit zet de balans van verzekeraars onder druk.

Verzekeren in onzekere tijden

Voor verzekeraars is de kernvraag dus niet waar een oorlog begint, maar hoe oorlog eruitziet. In toenemende mate is oorlog geen discrete gebeurtenis meer, maar een permanente toestand van verhoogde onzekerheid. Dat raakt direct aan het verzekeringsmodel, dat gebouwd is op afbakening, waarschijnlijkheid en tijdelijkheid. Het oosten confronteert verzekeraars met piekrisico’s; het westen met chronische instabiliteit.

Klassieke verzekeringsproducten gaan uit van een duidelijke gebeurtenis met een begin en een einde. Schade treedt op, wordt vastgesteld en afgehandeld, waarna de situatie normaliseert. In een wereld waarin conflict permanent aanwezig is, vervaagt deze logica. Schade ontstaat geleidelijk, oorzaken overlappen en herstel is misschien nooit volledig. Dit is zichtbaar bij bedrijfsschadeverzekeringen, aansprakelijkheidsdekkingen en supply chain-gerelateerde producten. Bedrijven lijden verlies door verstoringen die niet direct zijn toe te schrijven aan één incident. Sancties, handelsbeperkingen en geopolitieke onzekerheid leiden tot omzetverlies, contractbreuk en faillissementen. De vraag of dit verzekerd is, leidt vaak tot discussie, interpretatie en teleurstelling.

 

Daarmee komt de vraag op tafel: welke rol wil we als verzekeringssector spelen? Enkel die van schadevergoeder achteraf, of ook die van maatschappelijke risicopartner? Als oorlog niet langer uitzonderlijk is maar structureel, verschuift ook de verantwoordelijkheid van de sector.

Voor verzekeraars betekent dit dat productontwerp steeds meer leunt op uitsluitingen en beperkingen. Vanuit risicoperspectief is dit begrijpelijk, maar strategisch gezien problematisch. Een product dat bij een echte crisis niet functioneert, verliest zijn waarde. Verzekeraars die blijven redeneren in termen van “oost versus west” lopen misschien het risico het verkeerde gesprek te voeren. De relevante tegenstelling is niet geografisch, maar conceptueel: zichtbaar versus onzichtbaar, acuut versus sluipend, verzekerbaar versus systemisch.

Tot slot

 

Een oorlog komt niet uitsluitend uit het oosten, noch uit het westen. Het komt uit een wereld waarin geopolitiek, economie, technologie en samenleving steeds inniger verweven zijn. Voor verzekeraars betekent dit dat het grootste risico niet ligt in het missen van de juiste richting, maar in het vasthouden aan oude kaarten. De kernvraag is uiteindelijk welke rol verzekeraars willen spelen. Volledige dekking tegen oorlog en geopolitieke instabiliteit is onmogelijk, maar dat betekent echter niet dat de sector irrelevant wordt. Integendeel, de toegevoegde waarde verschuift van uitkering naar inzicht, begeleiding en preventie. Door klanten te helpen risico’s te begrijpen, scenario’s door te rekenen en veerkracht op te bouwen, ontstaat een andere vorm van waarde. Dit vraagt om transparantie over wat wel en niet verzekerd is en om samenwerking met overheden en andere maatschappelijke partijen.

Geopolitieke risico’s werken niet alleen door in schadeclaims, maar ook in beleggingen en kapitaalvereisten. Onder solvabiliteitsregimes worden scenario’s doorgerekend waarin meerdere schokken tegelijk optreden. Oorlog, of die nu uit het oosten of uit het westen komt, heeft gevolgen voor aandelenmarkten, obligaties, vastgoed en valuta’s.

We zien dat veel verzekeraars deze samenloop van risico’s nog onvoldoende integraal benaderen. Productontwikkeling, herverzekering en beleggingsbeleid worden vaak afzonderlijk beschouwd, terwijl geopolitieke spanning al deze domeinen tegelijk beïnvloeden. In een wereld van permanente onzekerheid is een dergelijke scheiding niet langer verstandig.

Wie alleen kijkt naar waar de kanonnen staan, mist waar de fundamenten verschuiven. En juist daar begint, voor verzekeraars, de echte strijd. De toekomst van verzekeren ligt niet in het kiezen van een windrichting, maar in het herdefiniëren van wat verzekerbaarheid betekent in een wereld die fundamenteel onzekerder is geworden. Pak die rol, pak die kans, de wereld heeft het nodig. We hebben namelijk allemaal invloed, hoe klein ook, op waar het met de wereld heen gaat. Oost, west, thuis best.