Biodiversiteit: risico en kans voor verzekeraars?

Door Patrick Dannenburg en Pascal Dobbelstein – juli 2025

Klimaatverandering staat inmiddels bij de meeste verzekeraars stevig op de agenda. Maar er is nóg een duurzaamheidsvraagstuk dat snel aan belang wint: biodiversiteit. Waar dit thema lang als ‘ver-van-ons-bed’ werd gezien, groeit nu het besef dat biodiversiteitsverlies ook voor verzekeraars concrete financiële en strategische gevolgen heeft.

In dit artikel nemen we u mee in wat biodiversiteit betekent voor uw portefeuille, welke nieuwe wet- en regelgeving eraan komt én hoe u daar als schadeverzekeraar op kunt inspelen – stap voor stap – zonder meteen alles op z’n kop te zetten.

Biodiversiteit: een blinde vlek bij schadeverzekeraars

In de financiële sector krijgt biodiversiteit langzaam maar zeker een plek op de risicoradar. Toch is biodiversiteitsverlies nog nauwelijks geïntegreerd in de ORSA’s van Nederlandse schadeverzekeraars. Tijd om daar verandering in te brengen. Want biodiversiteit is geen “nice-to-have”, maar een fundamentele randvoorwaarde voor economische stabiliteit – en dus ook voor verzekerbaarheid.

Schadeverzekeraars richten zich momenteel met name op de (fysieke) klimaatrisico’s en zijn zich mogelijkerwijs minder bewust van de grotere en potentieel meer impactvolle onderstroom die systeemrisico’s kan veroorzaken: het natuurrisico van biodiversiteitsverlies. De onderlinge verwevenheid van deze natuurrisico’s met klimaatrisico’s verhoogt de kans op cascaderende effecten.

Klimaatverandering drijft biodiversiteitsverlies en natuurverlies accelereert klimaat impact en kan daarmee uiteindelijk uitmonden in materiële (eco)-systeemrisico’s.

Voor het opnemen van het duurzaamheidthema’s in het Risicomanagementraamwerk worden over het algemeen vier fasen onderscheiden:

 

  1. Bewustwording en Kennisopbouw.
  2. Integratie in Risicomodellen.
  3. Rapportage en Transparantie.
  4. Productontwikkeling en Impact.

Fase 1: Bewustwording en Kennisopbouw

Het “Statusrapport Nederlandse Biodiversiteit 2025” benoemt biodiversiteitsverlies als een urgent probleem dat ook directe en indirecte financiële risico’s met zich meebrengt.

Verzekeraars doen er dus verstandig aan om zich te verdiepen in hoe het duurzaamheidsrisico van biodiversiteitsverlies de financiële en economische risico’s beïnvloedt. Ook hier is het van belang om het van twee kanten te bekijken, langs de as van het ‘dubbele materialiteitsprincipe’, zoals we dat kennen vanuit de CSRD.

Biodiversiteitsverlies beïnvloedt verzekeraars zowel outside-in (via fysieke risico’s, transitierisico’s en systeemrisico’s) als inside-out (via impact van de portefeuille op biodiversiteit). Denk bij het eerste aan schadeverzekeringen voor vastgoed nabij natuurgevoelige gebieden, of aan investeringen in sectoren die ecosystemen onder druk zetten.

Verergering van de fysieke klimaatrisico’s, zoals natuurbranden en wateroverlast, is reëel. We zien dat uitheemse soorten – zonder natuurlijke vijanden – voor grote problemen in het watermanagement kunnen zorgen, bijvoorbeeld ten aanzien van de
stevigheid van dijken. Deze soorten kunnen ook nieuwe verzekeringstechnische risico’s opleveren: zo kan de Japanse duizendknoop bijvoorbeeld voor funderingsschade zorgen.

Het ontbreken van biodiversiteitsbeleid verhoogt verder het reputatierisico en kan leiden tot claims en procedures en/of waardeverlies van beleggingen

Fase 2: Integratie in Risicomodellen

Biodiversiteit verdient – net als klimaatrisico – een plek in ORSA’s, stresstesting en langetermijn duurzaamheidsscenario’s. Tools zoals ENCORE, IBAT en het TNFD[1]-framework helpen om geografisch inzicht te krijgen in natuurgerelateerde afhankelijkheden en blootstellingen. In Nederland lopen grotere verzekeraars naar ons inzicht voorop qua beleid. Tegelijkertijd is de vertaling naar concrete risicoscenario’s lastig, door gebrek aan data, samenwerking en bewustzijn op dit vlak.

Biodiversiteitsverlies is verweven met andere systeemrisico’s zoals klimaatverandering, waterstress en voedselzekerheid – samen ook wel de nexus genoemd. Een daling in biodiversiteit leidt tot kettingreacties, bijvoorbeeld door toename van plagen,
verminderde vruchtbaarheid of verlies van natuurlijke bescherming tegen overstromingen. Dit betekent dat traditionele risicomodellen van schadeverzekeraars mogelijk niet zijn toegerust om de combinatie van risico’s goed te kwantificeren en inzichtelijk te maken. In de bijlage 1 (Pdf) bij dit artikel gaan we hier nader op in.

[1] De Taskforce on Nature-related Financial Disclosures (TNFD) focust op natuurverlies  binnen financiële besluitvorming, vergelijkbaar met wat de TCFD doet voor klimaatrisico’s.

Fase 3: Rapportage en transparantie

Nieuwe wetgeving zoals de CSRD en SFDR[2] maakt dat verzekeraars transparanter moeten zijn over duurzaamheidsrisico’s. Aanknopingspunt is ESRS E4[3] inzake inzake biodiversiteit en ecosystemen (zie onderstaand overzicht).

Ook wie (nog) niet onder de CSRD valt, doet er goed aan om biodiversiteit expliciet op te nemen in vrijwillige duurzaamheidsverslagen. Denk aan het opstellen van KPI’s voor biodiversiteitsimpact, en aan het rapporteren van beleid en mitigatiemaatregelen.

[2]  De Sustainable Finance Disclosure Regulation (SFDR) is een EU-verordening die financiële instellingen verplicht om transparant te zijn over hoe duurzaam hun producten zijn.

[3] European Sustainability Reporting Standards (ESRS) zijn de Europese standaarden voor duurzaamheidsrapportage. De ESRS zijn onderdeel van de CSRD.

Fase 4: Productontwikkeling en Impact

Door ecologische degradatie zullen sommige geografische gebieden moeilijker verzekerbaar worden. Dit vraagt om de ontwikkeling van  “natuurpositieve” verzekeringsproducten. Dit zijn producten die herstel of behoud van natuur, biodiversiteit en ecosystemen stimuleren in plaats van ze alleen maar niet te schaden (bijv. korting op de premie bij duurzaam grondgebruik). Daarnaast kan onderzocht worden hoe ecosysteemdiensten (bijv. duinbos en helmgras als bescherming tegen stormschade) kunnen fungeren als verzekerde waarde, en wat de mogelijkheden zijn van de introductie van “natuurinclusieve” polisvoorwaarden.

Conclusie: biodiversiteit is een primair risico

De oproep aan schadeverzekeraars is helder: wacht niet tot regelgeving het verplicht stelt. Start nu met het in kaart brengen van biodiversiteitsrisico’s, met het integreren in risicomodellen en het voeren van de dialoog met stakeholders. Biodiversiteit is geen randverschijnsel – het vormt naar ons inzicht een belangrijk thema in een toekomstbestendig risicomanagement.

ORSA-scenario’s voor biodiversiteitsverlies

Biodiversiteitsverlies heeft impact op schadeverzekeraars via hogere schadefrequentie, moeilijker voorspelbare risico’s, en verscherpte regelgeving. Het vraagt om een pro-actievere houding richting natuurinclusief risicomanagement.

Hieronder volgen op hoofdlijnen de belangrijkste stappen die voor het inbedden van biodiversiteits-verlies in de ORSA van (schade)verzekeraars, als onderdeel van fase 2 zoals hierboven beschreven.

;

Risico-indentificatie
en -classificatie

;

Scenario-analyse

;

Stategische (beleids)implicaties

;

Governance en monitoring

Stap 1: Risico-identificatie en -classificatie

In deze stap is het uitgangspunt het toevoegen van biodiversiteitsgerelateerde risico’s expliciet aan het risicoraamwerk. Daarbij zien we de volgende deelrisico’s::

  • Fysieke risico’s: toename in weers- en natuurgerelateerde schade (bijv. door verstoorde waterhuishouding, verdroging, erosie).
  • Systemische risico’s: cascade-effecten zoals leveringsketenverstoring door ecologische degradatie.
  • Transitierisico’s: strenger beleid op het gebied van natuur- en milieubeheer → impact op klanten in agrarische sector, bouw of transport.
  • Reputatierisico’s: bijv. als beleggingen of verzekeringsactiviteiten conflicteren met natuurdoelen.

 

Stap 2: Scenario-analyse

Volgende stap is het ontwikkelen van  scenario’s waarin biodiversiteitsverlies expliciet onderdeel is, bijvoorbeeld:

  • Scenario’s met langdurige droogte of overstromingen als gevolg van natuurverlies.
  • Verlies van ecosystemen in combinatie met extreme weersomstandigheden.
  • Beleidsverschuivingen: wat als NL versneld voldoet aan de EU Biodiversity Strategy for 2030?
  • Scenario’s waarbij dede KRW-doelen[4] niet worden gehaald, waardoor de druk van stikstof en pesticiden – alsook van fosfaten, medicijnresten en PFAS – op de waterhuishouding in Nederland blijft bestaan. Aanhoudend biodiversiteitsverlies (onder meer door bodemuitputting, verarming van sloten en afname van vegetatie) kan leiden tot een verdere daling van de natuurlijke sponswerking van het landschap. In combinatie met extremere neerslag als gevolg van klimaatverandering resulteert dit in frequente(re) lokale overstromingen en wateroverlast in verstedelijkte gebieden.

Gebruik deze scenario’s voor een impactanalyse, bijvoorbeeld via verhoogde schadefrequentie of toename van claims binnen bepaalde branches (landbouw, vastgoed, automotive).

[4] De Kaderrichtlijn Water (KRW) is een Europese richtlijn die tot doel heeft om de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater te verbeteren. Biodiversiteit is daar een belangrijk onderdeel van.

Stap 3: Strategische (beleids)implicaties

Biodiversiteit kan aanleiding zijn voor:

  • Herziening acceptatiebeleid in gevoelige regio’s (bijv. gebieden met verhoogd overstromingsrisico).
  • Ontwikkeling van producten die natuurinclusief gedrag stimuleren (bijv. agrarische dekking met voorwaarden voor bodembeheer of herbebossing).
  • Proactieve rol in risicopreventie via bijvoorbeeld samenwerking met klanten rond klimaatadaptatie en ecologische veerkracht.
Stap 4: Governance en monitoring

In deze stap zien we de volgende onderdelen:

  • Veranker biodiversiteit in het risk-appetite statement als onderdeel van de risicobereidheid.
  • Zorg dat biodiversiteit wordt meegenomen in de key risk indicators (KRI’s), bijvoorbeeld via koppeling met waterkwaliteit, grondgebruik of schade-uitloop bij natuur-gerelateerde claims.
  • Betrek de beleggingsportefeuille: biodiversiteitsimpact van beleggingen (in lijn met SFDR/CSRD) meenemen in het ORSA-proces.

Voorbeeldscenario’s die gebruikt kunnen worden, gebaseerd op de bevindingen uit het “Statusrapport Nederlandse Biodiversiteit 2025”, zijn als volgt:

  • Biodiversiteitscrisis Toename van watergerelateerde schades (zie hierboven onder stap 2).
  • Instorting bestuivernetwerken Landbouwschade en productieverlies.
  • Versterking stedelijke hitte-eilanden Gezondheids- en inboedelschade.
  • Verhoogde zoönotische ziektedruk door afname ecosysteemstabiliteit Nieuwe uitbraak infectieziekte.
  • Bodemdegradatie Structurele schade aan funderingen.

    Van risico naar kans

    Voor schadeverzekeraars komt het besef snel dichterbij dat biodiversiteit niet alleen iets is voor ecologen of overheden, maar dat dit duurzaamheidsthema direct raakt aan het hart van het businessmodel van verzekeraars.

    Klimaatverandering was al een wake-up call, maar biodiversiteitsverlies dreigt de volgende golf van schaderisico’s te ontketenen – vaak lokaler, complexer en minder voorspelbaar.

    Waar risico’s toenemen, ontstaan ook kansen! Denk aan innovatieve polisvoorwaarden die natuurherstel stimuleren, of partnerships met overheden en natuurorganisaties. Verzekeraars kunnen zo niet alleen hun risicoprofiel verbeteren, maar ook maatschappelijke impact maken!

    De opmars van biodiversiteit als risico – én als kans – is onomkeerbaar. Wie anticipeert, is beter voorbereid op schokken én loopt voorop in een veranderend speelveld. Het vraagt geen revolutie, maar wel evolutie: begin klein, maar begin wel.

    Nieuwe eisen voor duurzaamheidsrisico’s

    EIOPA heeft recent een nieuw Consultation Paper gepubliceerd met stevige eisen voor het beheer van duurzaamheidsrisico’s. Belangrijk onderdeel voor verzekeraars is het verplicht op te stellen Sustainability Risk Plan (SRP).

    Het SRP is een plan waarin alle verzekeraars aan de toezichthouder aangeven hoe zij de financiële risico’s die voortkomen uit duurzaamheidsfactoren (zullen) identificeren, meten, beheren en monitoren. Het plan moet een aantal verplichte onderdelen bevatten, zoals een materialiteits- en financiële risico-beoordeling, kwantificeerbare doelen om de materiële risico’s aan te pakken en concrete acties waarmee de verzekeraar de gestelde doelen gaat halen. Lees hier meer over in bijlage 2 (pdf) bij dit artikel.

    Arcturus - Partner in actuarieel maatwerk

    Hoe kan Arcturus helpen?

    In het snel veranderende duurzaamheidslandschap wordt u als verzekeraar geconfronteerd met een veelheid aan risico’s en uitdagingen, die deskundige begeleiding en innovatieve oplossingen vereisen.

    Arcturus zet zich in om te helpen deze complexiteit te doorgronden. We staan bekend om onze kwalitatief hoogstaande oplossingen die zowel pragmatisch als beheersbaar zijn.

    Bij Arcturus helpen we verzekeraars met het integreren van biodiversiteit in hun strategie, ORSA en productontwikkeling. Want wie veerkracht wil bieden, moet ook zelf veerkrachtig zijn!

    Zoekt u een betrouwbare partner die uw organistie kan helpen bij de aanpak van biodiversiteit? Neem voor meer informatie contact op met Patrick Dannenburg.

    Wilt u dit artikel, inclusief extra toelichting in de bijlagen, graag in PDF-formaat ontvangen?
    Download het artikel dan hier.