Schadeverzekeraars boeken beste rendement sinds 2021
Groei zwakt af en solvabiliteit loopt op
De Nederlandse schadeverzekeringsmarkt heeft in 2025 het beste verzekeringstechnische jaar sinds 2021 gedraaid. Het rendement verdubbelde bijna van 3,1% naar 5,9% van de bruto premie en de netto combined ratio zakte naar 94,1%. Tegelijkertijd zwakt de premiegroei af: 4,8% tegen 6,7% in 2024. De rendementsmaatregelen van de afgelopen jaren werken door, terwijl de inflatiebijstellingen uit de portefeuille lopen. Het weer werkte mee: extreem weer kostte verzekeraars ruim €155 miljoen, ongeveer de helft van 2024. De solvabiliteitsratio steeg van 169% naar 172%.
Voor het eerst sinds de invoering van Solvency II daalde het aantal schadeverzekeraars die aan DNB rapporteren niet: het bleven er 61, zonder toe- of uittreders.
Arcturus analyseert op basis van openbare Solvency II cijfers van De Nederlandse Bank (DNB) de trends op de Nederlandse verzekeringsmarkt, met een focus op de verschillen tussen kleine, middelgrote en grote schadeverzekeraars.
Marktaandelen
We delen de markt van Nederlandse schadeverzekeraars[1] op in segmenten op basis van de bruto premie: “klein” heeft minder dan €110 mln., “middelgroot” tussen €110 mln. en €750 mln., en “groot” daarboven.
Daalt het aantal schadeverzekeraars dat aan DNB rapporteert nog steeds? Voor het eerst niet. Bij de start van Solvency II (2016) waren er 73 schadeverzekeraars; over 2024 waren dat er 61 en over 2025 opnieuw 61 die onder het toezicht van DNB staan. In 2025 trad geen enkele verzekeraar toe of uit — een breuk met de gestage consolidatie van de afgelopen tien jaar, waarin de markt met 16 rapporterende verzekeraars afnam. Of dit het einde van de consolidatiegolf markeert of slechts een adempauze, zal 2026 moeten uitwijzen. Wel is Zevenwouden inmiddels per 1 juli 2026 overgenomen door De Goudse Verzekeringen, en is Bovemij opgenomen door a.s.r.
Binnen de markt is er wel een verschuiving zichtbaar. N.V. Univé Schade groeide met 15% door naar €771 mln. bruto verdiende premie en passeerde daarmee de grens van €750 mln. Voor het eerst sinds 2018 telt Nederland op basis van de Arcturus segmentatie weer vier grote schadeverzekeraars: Achmea, a.s.r., NN en Univé. Aan de andere kant zakte UK P&I Club, na een halvering van het premievolume, terug van middelgroot naar klein.
Dat verklaart vrijwel de volledige verschuiving in de analyse ten opzichte van vorig jaar: het segment “groot” springt van 60,6%[2] naar 64,8% marktaandeel, en het segment “klein” beweegt van 7,4% in 2024 naar 8,0% in 2025. Rekenen we met de vernieuwde segmentindeling van 2025, dan blijft het procentuele aandeel van de vier grote verzekeraars redelijk stabiel over de periode 2020-2025 (gemiddeld 64,5%). In Figuur 1 is te zien dat het gezamenlijke aandeel van de vier grootste verzekeraars ten opzichte van 2024 lichtelijk daalde, van 65,3% naar 64,8%.
Solvabiliteit
Bij het segment “groot” past een kanttekening: van de vier grote verzekeraars hanteren er twee een partieel intern model, waardoor het beeld in Figuur 3 daar op slechts twee verzekeraars is gebaseerd.
Rendementsontwikkeling
Het meest opvallende aan Figuur 4 is niet het niveau, maar de convergerende beweging. Waar de segmenten historisch een vaste rangorde kenden — klein bovenaan, groot onderaan — schuiven ze in 2025 dicht naar elkaar toe: klein 7,8%, middelgroot 6,4%, groot 5,5%. Het verschil tussen klein en groot bedroeg in 2020 nog 4,6 %-punt; nu is dat 2,3 %-punt.
Twee bewegingen liggen hieraan ten grondslag. Ten eerste hebben de middelgrote en grote verzekeraars hun rendementsmaatregelen effectief doorgevoerd: zij kwamen van -/-1,5% en +0,4% in 2023 en hebben in twee jaar tijd zes à zeven procentpunt goedgemaakt. Ten tweede staat het structurele voordeel van dekleine verzekeraars onder druk. Hun rendement daalde in 2024 nog van 6,7% naar 3,7%, herstelde in 2025 tot 7,8%, maar ligt daarmee nog altijd onder het niveau van 2019–2022. De verklaring die wij vorig jaar gaven, blijft staan: de snelst groeiende en recent toegetreden kleine verzekeraars hebben structureel een lagere marge, en de gunstige covid-effecten op de schadelast zijn definitief uitgewerkt.
Waar komt het rendementsherstel vandaan? De netto combined ratio — schaden plus kosten gedeeld door netto verdiende premie — daalde van 96,9% naar 94,1%. Alle drie de segmenten verbeterden, waarbij de grote verzekeraars met 3 %-punt de grootste stap zetten.
Kijken we naar de situatie voor aftrek herverzekering, dan zien we dat de bruto schaderatio steeg van 61,2% naar 61,9%. Dat is een behoorlijke verslechtering, want de schade neemt in 2025 harder toe dan de premie bovenop een jaar waarin de premie reeds met bijna 5% groeide: in euro’s namen de schaden dus aanmerkelijk toe. Het weer speelde juist een mitigerende rol. Volgens de Klimaatschademonitor van het Verbond van Verzekeraars zorgde extreem weer in 2025 voor ruim €155 mln. aan verzekerde schade, ongeveer de helft van 2024. Storm was met ruim €60 mln. de grootste post, gevolgd door hagel (circa €50 mln.) en neerslag (circa €35 mln.).
Historisch gezien is dat een gunstig jaar — wat meteen de kwetsbaarheid van het huidige resultaat blootlegt: één zware storm of hagelbui verandert dit beeld aanzienlijk. Klimaatverandering is dus een bepalend risico, zoals ook blijkt uit andere publicaties van Arcturus.
Over de kostenratio past een waarschuwing. Op marktniveau lijkt die te dalen van 30,8% naar 27,3%, wat op een sprong in efficiency zou wijzen. Die daling is echter vrijwel volledig toe te schrijven aan één verzekeraar: Achmea heeft in 2025 schadebehandelingskosten verschoven van “gemaakte kosten” naar “geleden schaden”, waardoor de kostenratio daar van 31,1% naar 21,7% ging en de schaderatio van 64,4% naar 70,3%. Het totaal — en dus het rendement — verandert daardoor niet. Laten we Achmea buiten beschouwing, dan daalt de marktkostenratio van 30,7% naar 30,4%: een voortzetting van de geleidelijk dalende trend.
De kleine verzekeraars hebben nog altijd een duidelijk lagere kostenratio (25,8%) dan middelgrote (30,6%) en grote verzekeraars (26,1%). Dat voordeel is deels structureel — eenvoudiger producten, minder overhead, vaak een ‘onderlinge’ model — maar het wordt, zoals we hierna zien, voor een deel weer ingeleverd bij de herverzekeraar.
LAC-DT
Trends in herverzekering
Dat kleine verzekeraars meer risico afdekken, verlaagt hun kapitaalvereiste: in Figuur 3 zagen we dat het schadeverzekeringstechnisch risico bij kleine verzekeraars 65% van de SCR beslaat tegen 70% bij middelgroot. Maar het risico verdwijnt niet, het verplaatst zich. Het tegenpartijkredietrisico is bij kleine verzekeraars dan ook met 18% van de SCR ruim drie keer zo hoog als bij middelgrote verzekeraars, en dat aandeel groeit mee met de cessies.
De kleine verzekeraars leveren daarmee een deel van hun kostenvoordeel weer in. Hun kostenratio ligt circa 5 %-punt lager dan die van middelgrote verzekeraars, maar hun netto herverzekeringskosten liggen 6 %-punt hoger. Dat zij desondanks het hoogste verzekeringstechnische rendement behalen, zegt iets over de kwaliteit van hun onderliggende portefeuille — maar ook iets over hoeveel er te winnen valt aan de herverzekeringstafel.
Met een verzachtende markt en dalende tarieven ligt hier voor 2026 een concrete kans. Evenals DNB concludeerde na haar sectorbrede analyse blijft het zaak voor met name kleine schadeverzekeraars om de opzet van hun herverzekeringsprogramma kritisch tegen het licht te houden: sluit het programma aantoonbaar aan bij de risicobereidheid, en is het eigen behoud nog passend bij de gegroeide kapitaalpositie? Bij drie van de vijf onderzochte verzekeraars constateerde DNB aantoonbare tekortkomingen. Een zachtere markt biedt het moment om die vragen te stellen.
Resultaten per branche
- De Motor WA-markt toonde in 2025 opnieuw een slecht jaar met een verzekeringstechnisch rendement van -/-15%. Hiermee was 2025 het tiende verliesjaar op rij, ondanks een premiegroei van 7,0% — de hoogste van alle grote branches. De netto combined ratio staat op 115%. Het herstel dat DNB in 2018 signaleerde is na het slechte jaar 2023 (-/-20,1%) slechts moeizaam op gang gekomen.
- Kleine verzekeraars doen het in deze branche relatief het best (-/-4,5%), maar zij vertegenwoordigen slechts €123 mln. van de €3,6 mld. Bij de grote verzekeraars staat de teller op -/-15,9%.
- Motor Casco is stabiel winstgevend met +8%, maar blijft ruim onder het pre-covidniveau. Samen met Motor WA is het motorbedrijf nog altijd licht verlieslatend — de casco-winst compenseert het WA-verlies niet volledig. De marge op Casco bij grote verzekeraars daalt wel al jaren; bij kleine en middelgrote verzekeraars is deze stabiel.
- De branche Brand liet wederom een goed jaar zien met een marge van +18% (2024: +13%). Het gunstige weerjaar is hierin direct zichtbaar. Opvallend: ondanks dat Brand de grootste branche betreft met het beste rendement in de hele reeks, koelde de premiegroei in deze branche het sterkst af, naar 3,3%. Grote verzekeraars scoorden het hoogst (+20%), kleine het laagst (+11%), grotendeels door hun hogere herverzekeringskosten.
- Aansprakelijkheid maakte in 2025 de grootste sprong: van +3% naar +7%, het beste jaar in de reeks sinds 2016. De grote verzekeraars trokken dit (+11%), terwijl kleine verzekeraars met -/-2% verlieslatend bleven in deze branche.
Het patroon is duidelijk, waar 2024 nog een gemengd beeld gaf, verbeterden in 2025 vrijwel alle grote branches tegelijk. De enige die structureel achterblijft, is Motor WA — en dat is precies de branche waar de premiegroei het hoogst is. Het moge hiermee duidelijk zijn dat de branche Motor WA in 2026 op het gebied van winstgevendheid ook weer de nodige aandacht zal behoeven.
Op weg naar Solvency II 2027
Tot slot
De Nederlandse schadeverzekeringsmarkt sluit 2025 af met een duidelijk sterker verzekeringstechnisch resultaat, een herstelde solvabiliteitspositie en een marktstructuur die voorlopig stabiliseert. Tegelijkertijd laat de analyse zien dat dit herstel niet vanzelfsprekend is: de groei zwakt af, weersomstandigheden hadden een gunstig effect op de schadelast en verschillen tussen verzekeraars blijven groot. Vooral op het gebied van kapitaalbenutting, LAC-DT en herverzekering liggen nog duidelijke kansen om rendement en weerbaarheid verder te verbeteren. Voor verzekeraars is 2026 daarmee een belangrijk jaar om de strategische keuzes achter premiebeleid, kapitaalsturing, herverzekering en voorbereiding op Solvency II 2027 opnieuw tegen het licht te houden. Wilt u weten wat deze ontwikkelingen betekenen voor uw organisatie, uw solvabiliteitspositie of uw herverzekeringsstrategie? Neem dan gerust contact met ons op. Wij denken graag met u mee over de kansen, risico’s en concrete vervolgstappen voor uw organisatie.
Wilt u dit artikel graag in PDF-formaat ontvangen? Download het artikel dan hier.
Wilt u de infographic graag in PDF-formaat ontvangen? Download de infopgraphic dan hier.